Op 7 april 2026 heeft de Tweede Kamer de Wet terugdringen schoolverzuim aangenomen. Het doel van de wet is om langdurig schoolverzuim en schooluitval beter in beeld te krijgen, te voorkomen en te verminderen. Met dit wetsvoorstel kunnenscholen voor primair, voortgezet en gespecialiseerd onderwijs en mbo-instellingen sneller, beter en preventief actie nemen bij zorgelijke afwezigheid. Ook neem het aantal langdurige vrijstellingen van de leerplicht af.

Nog te vaak volgen kinderen en jongeren langdurig geen onderwijs. De nieuwe wet bevat maatregelen om dit te voorkomen. Het voorstel regelt onder andere dat scholen een betere en meer preventiegerichte verzuimaanpak maken.

Het doel van de wet is dat scholen eerder afwezigheid in beeld hebben en daardoor samen met de betrokken partners op tijd en gericht in actie komen. Door een betere registratie komt er bovendien een completer beeld van de omvang van de groep leerlingen die geen onderwijs volgt. Doordat scholen, leerplichtambtenaren en samenwerkingsverbanden duidelijke afspraken moeten maken over wie wanneer wordt betrokken, verbetert de wet de samenwerking tussen deze partijen.

Vrijstelling voor kortere en flexibele periode

Kinderen die vanwege lichamelijke of psychische redenen geen onderwijs volgen, kunnen als de wet van kracht is een vrijstelling ontvangen voor een kortere en flexibelere periode. Door te kijken naar wat er op onderwijsgebied wél mogelijk is, kunnen scholen en leerlingen – samen met samenwerkingsverbanden – toewerken naar een passende vorm van onderwijs en een onnodige vrijstelling voorkomen.  Om extra administratieve lasten voor scholen te beperken, wordt de wijze van registeren eenduidig en sluit die aan op wat scholen al doen.

Onderdelen van het wetsvoorstel

Het wetsvoorstel heeft de volgende onderdelen:

  • Versterken verzuimbeleid: Het wetsvoorstel schrijft de onderdelen voor die noodzakelijk zijn voor scholen om een doeltreffend verzuimbeleid op te stellen, waaronder de manier waarop de school de oorzaken van verzuim analyseert, hoe de school handelt als er verzuim is geconstateerd en de manier waarop de school het verzuimbeleid monitort en evalueert;
  • Verzuimregistratie en informatieverstrekking: Het wetsvoorstel regelt dat scholen afwezigheid moeten registeren in verschillende categorieën en dat zij verzuim op geaggregeerde basis delen met de gemeente, het samenwerkingsverband en de minister. Zo krijgen we inzicht in trends en ontwikkelingen in de verzuimcijfers. Deze zijn een indicatie van bredere problematiek op de school, in de gemeente, de regio of het land;
  • Signaal zorgelijk ongeoorloofd verzuim: Het voorstel expliciteert dat het bevoegd gezag van de school een signaal kan geven aan de leerplichtambtenaar wanneer de school zich zorgen maakt over het ongeoorloofd verzuim van een leerling. Dit is belangrijk, omdat tijdig ingrijpen en een goede samenwerking met ketenpartners voorwaarden zijn voor een doeltreffende verzuimaanpak;
  • Betrekken onderwijskundig perspectief bij vrijstellingen: De arts die het kind beoordeelt, betrekt het onderwijskundig perspectief van een samenwerkingsverband bij de afweging of vrijstelling van de leer- of kwalificatieplicht passend is. Zo krijgt iedere jongere, voor zover die in staat is om schoolonderwijs te krijgen, de mogelijkheid om onderwijs te volgen;
  • Flexibele duur van de vrijstellingen: Het wetsvoorstel regelt dat er variatie mogelijk wordt in de duur van een vrijstelling.  Dit zorg ervoor dat een jongere niet onnodig of voor een (te) lange duur geen onderwijs ontvangt.

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel op 7 april 2026 aangenomen. De staatssecretaris van OCW legt het wetsvoorstel nu voor aan de Eerste Kamer.

Op Caribisch Nederland gaan de maatregelen voor het versterken van het verzuimbeleid, het registeren van geoorloofd verzuim en het eerder betrekken van de leerplichtambtenaar ook gelden. Ook de wijziging van de vrijstellingsprocedure geldt voor Caribisch Nederland.