Nieuwsflits PO: bijsturing NP Onderwijs: verdeling middelen en verlenging van de bestedingstermijn

Vandaag is de Kamerbrief ‘Bijsturing NP Onderwijs: verdeling middelen en verlenging van de bestedingstermijn’ naar de ministerraad gestuurd. In deze Kamerbrief kondigt minister Dennis Wiersma (Primair en Voortgezet Onderwijs) aan om de koers van het Nationaal Programma Onderwijs te verleggen. We zetten de drie belangrijkste punten op een rij.

Minister Wiersma (Primair en Voortgezet Onderwijs): ,,Ik wil dat ieder kind het beste uit zichzelf kan halen, ongeacht corona. Dat begint met een stevige basis: goed leren lezen, schrijven en rekenen, met oog voor het welzijn van leerlingen. Scholen werken daar hard aan. De afgelopen jaren helaas met harde tegenwind, door de gevolgen van de coronapandemie. Daarom krijgen scholen meer tijd om de basis van goed onderwijs verder te versterken met bewezen effectieve maatregelen.”

Verlenging looptijd van het programma van twee jaar

Het geld uit het programma kan nu ook worden ingezet in de schooljaren 2023/2024 en 2024/2025, als dat nodig is. Dit geeft scholen meer ruimte om het geld voor de juiste maatregelen in te zetten. Het blijft daarbij van belang dat scholen duidelijk verantwoorden in hun jaarverslag welke bewezen effectieve maatregelen zij hebben genomen. Hoeveel tijd en ruimte hiervoor nodig is, verschilt per school.

Andere verdeling geld

Inmiddels is uit onderzoek gebleken dat scholen in het voortgezet onderwijs een hoger bedrag per leerling nodig hebben om de basis te versterken. Middelbare scholen zijn langer dicht geweest dan basisscholen en dat heeft ertoe geleid dat de vertragingen in het voortgezet onderwijs groter zijn. Het basisbedrag per leerling in het voortgezet onderwijs is volgend schooljaar daarom circa 820 euro, voor het primair onderwijs is dit 500 euro per leerling. Voor het speciaal basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs, praktijkonderwijs en de bovenbouw van het vmbo kregen scholen al een hoger bedrag, dat blijft zo. Ook voor het schooljaar 2022/2023 worden achterstandsmiddelen vrij gemaakt. Doordat er zowel sprake is van een basisbedrag als van achterstandsmiddelen krijgen niet alleen scholen met veel leerlingen met een risico op een grotere vertraging of achterstand meer middelen. Er is breed gekeken naar waar de basis verder moet worden versterkt. Gebleken is dat bijvoorbeeld ook kinderen uit middenklasse-gezinnen behoefte hebben aan betere ondersteuning. Deze leerlingen kunnen bij deze verdeling van de middelen ook geholpen worden.

Scholen horen in het voorjaar welk bedrag ze exact krijgen op basis van de leerlingtelling en achterstandsscores op basis van 1 oktober 2021. Via de informatietool op de website kunnen scholen dan opzoeken hoeveel middelen ze ontvangen, vergelijkbaar met vorig jaar.

Structurele aandacht voor verbetering onderwijs

Het kabinet ziet de verbreding van het programma als logische opmaat naar de meer structurele aandacht voor verbetering van het onderwijs, waar in het regeerakkoord geld voor is uitgetrokken. Daarbij zal verder worden gebouwd op de ervaringen van het Nationaal Programma Onderwijs. Met dit programma, dat in februari 2021 is ingezet, is voor het primair en voortgezet onderwijs in totaal 5,8 miljard euro beschikbaar gesteld. Scholen besteden dit geld aan bewezen effectieve interventies uit een speciaal ontwikkelde menukaart.

Voor het programma is ook een uitgebreide monitoring en verantwoording opgezet. In april wordt een tweede voortgangsrapportage naar de Tweede Kamer gestuurd, met nieuwe gegevens over de uitvoering door scholen en het welbevinden van leerlingen.